Blader met volstrekte willekeur door het Zomp Magazine archief uit de jaren nul (2002-2008).
Digitally Remastered!

‘Kopspijkeren! We hebben kiezers nodig!’

Hoera, het is weer verkiezingstijd!. En de media, die smullen ervan. Zeker nu het campagnecircus zich even collectief als definitief binnen de grenzen van de beeldbuis lijkt te hebben neergestreken. Want we kunnen er -hoe graag we soms ook zouden willen- dezer dagen maar verdomd lastig omheen: de verkiezingscampgnes van de 21ste eeuw spelen zich vooral af op het tv-scherm. Mat Herben die op het Scheveningse strand kwiek het nieuwe nieuwe jaar induikt, Gerrit Zalm flipperend bij Katja en Bridget, Femke Halsema hamerend bij Kopspijkers: niets lijkt de heren en dames politici te dol. Zolang ze, in hun strijd om de kiezer, de media maar naar hun hand kunnen zetten. Want zo beseffen ze stuk voor stuk maar al te goed: zonder media geen macht. Geen zetels. En vice versa.

Ja, het moge duidelijk zijn: de politiek is gemedieerd. Niet voor niets wordt ze tegenwoordig dan ook regelmatig ‘mediacratie’ genoemd. Een term waarvan Jürgen Habermas met gemak de uitvinder had kunnen zijn. Dik veertig jaar geleden, in een tijd dat de wereld nog in zwart-wit was, sprak de Duitse filosoof in zijn boek Strukturwandel der Öffentlichkeit (1962) immers al over de opkomst en ondergang van de -door kritisch rationeel debat gekenmerkte- achttiende-eeuwse ‘burgerlijke publieke sfeer’. Een ondergang die grotendeels werd veroorzaakt door de opkomst van de media in de negentiende eeuw, en de alsmaar gewichtiger rol die ze sinds die tijd binnen dat debat zijn gaan vervullen.

De media –radio en televisie voorop- hebben de individuele burgers zelfs hun kritisch debat ontnomen. Ze zorgden immers gewoon zelf voor dat debat. En de burgers? Die werden passieve, monddode consumenten. Die slechts eens in de vier jaar ‘s politiek actief van de bank opstonden. Om tijdelijk een iets minder passieve rol te gaan spelen: die van de kiezer.

Sinds de massale opkomst van de televisie hebben de media politiek gezien zelfs een machtspositie in handen. Zij kunnen, zolang ze binnen de grenzen van de tv-democratie blijven, met al die ‘gewillige’ politici immers doen wat ze willen. Prachtpersiflages bij Jack Spijkerman, lijsttrekkersdebatten in de Soundmixshow-finale? Geen haan die er kritisch naar kraait. Want het gaat om de Zetels. En, voor beide partijen bovendien, om de Kijkcijfers. Zaken die allebei –oh, toeval!- voor een belangrijk deel weer te maken hebben met Imago. Waarvan, op hun beurt, de toon weer gekleurd wordt door –inderdaad- de media. Het cirkeltje is weer rond.

Geen wonder dat politici vaak maar wat graag naar de pijpen van de media dansen. Massamedia kunnen, zeker in verkiezingstijd, reputaties maken of breken. Of allebei. We hoeven daarvoor alleen maar de opmars van mediamagneet Pim, vorig jaar rond deze tijd, in gedachten te nemen. Geen politicus die de media zó, eh, haarfijn aanvoelde als Fortuyn. En diezelfde media bovendien al even excellent naar zijn hand wist te zetten. Fortuyn maakte zichzelf groot dankzij de (audiovisuele) media, de LPF-leider–op hun beurt- weer zagen als mediageniek kijkcijferkanon.

Met als gevolg dat Fortuyn in zijn strijd om de kiezer in vrijwel iedere talkshow of nieuwsrubriek kind aan huis was. En je maandenlang geen rondje langs de zenders meer kon doen, zonder zijn glanzende gelaat wel weer ergens voorbij te zien komen. ‘Ieder woord van Fortuyn werd opgezogen alsof het van een hogere macht kwam,’ liet Wim Kok zich in een recent radio-interview nog over deze situatie ontvallen. In dat licht bezien is dan ook vrij ironisch te noemen dat de media, die zo gretig uit de handen van Fortuyn aten, meteen na diens gewelddadige dood werden beticht van ‘demonisering’. En is het misschien wel nóg ironischer dat Fortuyns tragische einde uitgerekend iplaatsvond in het Mediapark.

Eén ding maakte Fortuyn met zijn campagne (en zijn partij na die tijd, onbedoeld wellicht, maar toch) echter duidelijk dan ooit: politiek is -sterker misschien nog wel dan Habermas in zijn boek vreesde- entertainment geworden; in de dringendste gevallen hooguit opgewaardeerd tot infotainment. Een ontwikkeling die ook tijdens de huidige verkiezingscampagnes,weer continu valt te bespeuren.‘Politici zijn tegenwoordig bereid om op nieuwjaarsdag de zee in te duiken of soep te scheppen om maar op het Journaal te komen. Maar voor debatteren? Daarvoor hebben ze meer koudwatervrees dan voor de Noordzee’, meldde parlementair journalist Frits Wester vorige week nog in de Volkskrant. En hij sloeg de spijker op de kop. Zelfs zonder Jack Spijkerman.